De onstuimige groei van een gymnastiekvereniging

Exact een jaar geleden betrok Impala Leusden een hagelnieuwe turn- en sporthal, grenzend aan de lokale handbal en korfbalvereniging. Van 400 leden vóór de verhuizing, telt de gymnastiekvereniging nu bijna 650 leden. Die spectaculaire groei is de vereniging niet aan komen waaien. Voorzitter Daan van Westen en verenigingsmanager Marjolein de Vries vertellen hoe ze dat aanpakken.

Opgeven, daar zijn ze niet van bij Impala Leusden. Wel van volhouden en doorzetten.  Vraag dat maar aan Marjolein de Vries. Ze was als ‘enthousiaste ouder’ tien jaar lang bestuurslid en herinnert zich het ellenlange politieke lobbytraject dat aan de komst van de nieuwe turn- en sporthal vooraf ging. “In 2012 zijn we ermee begonnen. Zes jaar lang hebben we iedere raadsvergadering bezocht, zijn we bij alle partijen langsgegaan. We zijn doorgegaan, net zolang totdat deze accommodatie er stond.”

Het resultaat mag er zijn. Van Westen en De Vries geven met gepaste trots een rondleiding door het complex. Een compleet ingerichte turnhal met tribune, geschikt voor wedstrijden, en een grote sporthal waarvan het dak hoog genoeg voor professioneel trampolinespringen.


20180403 163427
Oude uitgangspunt afgestoft

De transformatie die de club onderging was tweeledig, waarbij de blik zowel naar binnen als naar buiten ging. Van Westen: “Om te beginnen hebben we het DNA van onze vereniging vastgesteld. We zijn ooit opgericht als vereniging voor lichamelijke opvoeding en sport. Dat is dus breder dan een gymnastiekvereniging. We hebben dit oude uitgangspunt afgestoft, we zouden ons niet alleen op onze eigen sport richten. Op dat moment waren de voorbereidingen voor een nieuwe turnhal annex sporthal nog volop gaande. We bereidden ons alvast voor op de manier waarop we die hal zouden gebruiken. Want je kunt op de oude voet voortgaan, maar dat vonden we een gemiste kans. Omdat we een grotere accommodatie zouden krijgen waar we konden groeien. Waar we saamhorigheid konden creëren.”

De open club-gedachte in praktijk

Om te groeien wist Van Westen als ervaringsdeskundige dat de blik naar buiten moest. Een zienswijze die in sportland enkele jaren geleden opgang deed als ‘de open club-gedachte’. ‘Een open club kenmerkt zich door een open houding van de kartrekkers en betrokkenen bij de club. Een open club is ondernemend, denkt vraag- en buurtgericht, gaat steeds opnieuw na wat de behoeften zijn en speelt daarop in. De club gaat mogelijk in samenwerking met andere sportclubs en partijen uit andere sectoren gericht aan de slag om activiteiten aan te bieden, die haar hoofdactiviteit versterken’, zo luidt de ingekorte definitie van NOC*NSF.

De open club-gedachte is nog altijd een actueel thema, omdat het een mogelijk antwoord is op het tekort aan leden, vrijwilligers en trainers waar zo’n veertig procent van de sportverenigingen in Nederland in meer of mindere mate mee te maken heeft. Vandaar dat in het nationaal sportakkoord, het pact dat het ministerie van VWS sloot met sport, bedrijfsleven, gemeenten en maatschappelijke organisaties sloten om de organisatie en financiën van de sport toekomstbestendig te maken, de open club wordt gestimuleerd. Gemeenten en sportbonden worden opgeroepen clubs hierin bij te staan, er moet worden geïnvesteerd in de werving, scholing en begeleiding van bestuurders zodat zij geëquipeerd zijn deze werkwijze in de praktijk te brengen.

Het Sportakkoord is ook een van de thema's die aan bod komt bij The Connection, het podium voor kennisdeling met clubbestuurders. Lees meer over The Connection bijeenkomsten
.

Professionaliseren van je organisatie

Van Westen vertelt hoe ze het in Leusden aanpakken. “Je moet je richten op de maatschappelijke ontwikkelingen. Wat kun je daarmee? We willen een aanbod voor ouderen creëren, we willen met aangepast sporten aan de slag. En meer doen voor de pubers. Hoe kun je ze binden aan je vereniging, hoe kun je ze erbij betrekken? Dat is echt een uitdaging. Daarnaast wilden we ons richten op de basisscholen en het bewegingsonderwijs in het algemeen.”

“De conclusie was al snel dat we daarvoor onze organisatie moesten versterken. We besloten dat we ons kader in loondienstverband moesten nemen. En je moet zorgen dat je vrijwilligers hebt die goed kunnen organiseren. Daarbij waren we op zoek naar een verenigingsmanager die deze zaken kon organiseren en coördineren. Een verbindende schakel tussen de betaalde trainers en de vrijwilligers.”

Die persoon werd heel dichtbij huis gevonden: De Vries werd benaderd of zij als buurtsportcoach aan de slag wilde gaan. Dat wilde zij wel, de gemeente stemde toe, zodat deze aanstelling zo is ingevuld dat zij voortaan betaald (deels door de gemeente, deels door de vereniging en deels vrijwillig) met de ambities van Impala aan de slag is gegaan. Naast De Vries zijn inmiddels vijftien betaalde en tien vrijwillige krachten werkzaam op de club. “Dat zorgt voor continuïteit en vastigheid voor de groepen”, legt De Vries uit. “Daarnaast hebben we aanpassingen gedaan aan de lessystemen. We hebben het kleuren-turnen ingevoerd. Dat zorgt op technisch vlak voor eenheid binnen de vereniging. Elke maand hanteert elke trainer dezelfde thema’s, met daarbinnen natuurlijk enige speelruimte. Omdat het methodisch is opgebouwd volgt iedereen dezelfde lijn en maakt iedereen dezelfde stappen. Als kinderen van de ene naar de andere groep gaan, is er aansluiting, en dat is prettig.”


turn algemeen


Verbinden met de samenleving 

Tegelijk met het optuigen van een professionele organisatie zijn plannen gesmeed om de hand te reiken aan de samenleving. Van Westen: “Het eerste plan dat we hebben geformuleerd heet Gym Xperience. Dit houdt in dat we het bewegingsonderwijs op basisscholen ondersteunen, dat we ouderensportactiviteiten opzetten, net als aangepast sporten binnen de verenigingen. En dat we activiteiten voor pubers opzetten, in samenwerking met het jongerencentrum. Hiervoor hebben we aangeklopt bij Sportacademie Amersfoort, dat is een mbo-sportopleiding met 600 studenten." 

"De mensen van de Sportacademie reageerden heel enthousiast. We begeleiden nu zeven studenten op maandag en dinsdag. En op de rest van de week nog een paar. Zij zijn bezig met het ontwikkelen van de programma’s voor de genoemde doelgroepen."

De studenten zijn ook enthousiast, vertelt Van Westen. “Het kost ons als vereniging natuurlijk wel tijd en geld. Daarom proberen we dit programma nu door te ontwikkelen naar een aanbod voor alle basisscholen in de gemeente Leusden. Dat zijn er veertien. En daarbij willen we de andere sportverenigingen en buurtsportcoaches in de gemeente Leusden te betrekken. Dat wordt het volgende project dat we aanbieden aan de Sportacademie. De Gym Xperience wordt dan Sport Xperience. Want uit evaluaties met de vakleerkrachten blijkt dat zij ook graag een ander sportaanbod zouden zien.”

De Sport Xperience is bedoeld als derde gym-uur op de scholen, legt Van Westen uit. Om het van de grond te krijgen, mikken de initiatiefnemers op het extra geld dat vanuit het Rijk wordt vrijgemaakt voor de werkdrukverlaging in het basisonderwijs. Zodat vakleerkrachten het programma kunnen ondersteunen. “De scholen zijn er enthousiast over”, weet Van Westen. “Het gezamenlijke doel is het stimuleren en verbetering van het bewegingsonderwijs. Als je dat met ingehuurde – betaalde - vakleerkrachten kunt doen, dan kun hen ook inzetten bij de verenigingen.”

Politiek draagvlak realiseren voor je plannen 

Aan dit plan wordt op dit moment handen en voeten gegeven. In maart is het gepresenteerd aan het college van B en W van Leusden. Ter voorbereiding hebben Van Westen en De Vries de voorbije winter met alle lokale politieke partijen gesproken. “We hebben ervoor gekozen om de gemeenteraadsleden en het college mee te laten groeien met onze plannen. We hebben ze van begin af aan op de hoogte gesteld en erbij betrokken. Ze zeiden: ‘Wat verwacht je van ons? We hebben geen geld’. Ik zei: ‘Ik verwacht geen geld, maar aandacht. Ik wil jullie meenemen in deze ontwikkeling.’ Daar bleken ze van te zijn gecharmeerd. Als je niet om geld vraagt, gaan ze meedenken.”

Van Westen en De Vries hebben de Sport Xperience onderdeel gemaakt van een groter plan: Leusden Fit. Noem het politieke fijngevoeligheid. Van Westen legt uit: “Het college heeft één ambitie: alles wat binnen het sociaal domein speelt, willen ze goed geborgd hebben en een plek geven. Ik heb daarom in onze plannen de link gelegd naar het Preventieakkoord (het nationale plan om de gezondheid van veel Nederlanders te verbeteren door roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik aan te pakken) en het sportakkoord. De buurtsportcoaches in Leusden hebben een team gevormd. Dat team gaat Leusden Fit op poten zetten. Daarin zitten alle elementen uit het sportakkoord, en elementen uit het preventie-akkoord. En dat plan wordt omgezet naar een uitvoeringsplan. En dat gaan de buurt sportcoaches straks uitvoeren.”

Vanuit Leusden Fit willen we dus ook ouderen, pubers en mensen met een handicap in beweging krijgen en houden. De sportstudenten zijn nu met de uitwerking van de plannen bezig. Dat willen we doorzetten naar volgend seizoen. Wat de ouderen betreft; vanaf volgend seizoen willen we met een klas van de Sportacademie op locatie de ouderensport in kaart brengen. Zij gaan naar zorginstellingen toe om onderzoek te doen; wat is de behoefte en hoe zou dat georganiseerd kunnen worden?”

turn algemeen 2
Ledengroei

Als gevolg van de verhuizing, de professionalisering en alle aanpalende activiteiten die worden geïnitieerd, groeit de vereniging als kool. “Ik wil niet zeggen dat de vereniging explodeert, maar hij groeit behoorlijk. We zitten nu op bijna op 650  leden, we komen van 400. Terwijl deze locatie nu precies een jaar open is. De opening van een nieuwe locatie verwacht je natuurlijk te groeien, maar dat het zo hard zou gaan… De naamsbekendheid van Impala is de afgelopen tijd flink gestegen.”

Een kleine kanttekening bij het ogenschijnlijke succesverhaal is wellicht op zijn plaats: het is natuurlijk mooi om allerlei doelgroepen in beweging te krijgen, maar je moet natuurlijk nog maar zien in hoeverre zich dat vertaalt naar nieuwe leden. Daarover maakt Van Westen zich geen zorgen. “Tot nu toe is dat wel het geval. Ik ben ervan overtuigd dat de groei op deze manier doorzet. Kijk, ergens stopt het natuurlijk een keer. Maar we doen natuurlijk ons uiterste best om de sport voor kinderen interessant te maken, ook als ze op de leeftijd zijn dat ze naar de middelbare school gaan. Door andere activiteiten mogelijk te maken. De Vries: “Bijvoorbeeld door dansactiviteiten aan te bieden. Een eerste poging daartoe is helaas mislukt. De dag, het tijdstip de docent; het was geen match met de kinderen die we wilden bereiken. Maar soms moet je een gok wagen, anders kom je niet vooruit. Niet alles wat je doet verandert in goud.”

Van Westen: “Omdat wij een groeiende vereniging zijn komt er ook iets meer geld binnen, en daardoor kun je het je soms veroorloven om te experimenteren. Maar vergis je niet: onze penningmeester zit er bovenop. Hij zegt: leuk en aardig jullie Gym Xperience, maar wat levert me dat op? Dan zeg ik: tot nu toe heeft het steeds nieuwe leden opgeleverd. En ik ben ervan overtuigd dat als de Sport Xperience doorgaat, dat een aanzuigende werking heeft. Daarna wordt het de kunst om het vast te houden.”

Dit artikel is afkomstig uit The Connection. The Connection is een magazine van de KNGU voor clubbestuurders. Meer informatie over het afsluiten van een abonnement.