Nieuwe film ‘Turn’ als aanjager tot dialoog met ouders en clubs

In de nieuwe film ‘Turn’ geeft documentairemaakster en moeder Esther Pardijs een intiem kijkje in haar leven met zoon Roman, die als jong talent vele uren per week in de turnhal te vinden is. “We hebben het vaak over de schreeuwende ouder langs het voetbalveld, maar in het turnen zijn die gevoelens hetzelfde. Toen mijn zoon op jonge leeftijd deelnam aan het NK, voelde ik de spanning in mijn hele lijf. Ik werd heel fanatiek en wilde dat hij het goed deed. Je denkt altijd dat andere ouders zo zijn, maar als je eigen kind aan topsport doet verander je zelf ook,” vertelt Pardijs.

Juist die gevoelens wil Pardijs met haar nieuwste documentaire laten zien. “Het leven van een topsportouder is zwaar. Je krijgt te maken met allerlei dilemma’s. Sinds mijn zoon op hoog niveau turnt, ben ik in een draaikolk van trots, jaloezie en competitiedrang terechtgekomen. Ik vertel iedereen dat mijn zoon heus niet hoeft te winnen, maar natuurlijk wil ik dat wel. Alleen zou ik het nooit hardop zeggen.”

Op zaterdag 28 september gaat de film ‘Turn!’ in première tijdens het Nederlands Film Festival. De film wordt tijdens het Filmfestival een aantal keer vertoond en zal vervolgens op maandag 7 oktober om 21.00 uur worden uitgezonden op NPO2.

De KNGU geeft aan dat Turn! aanzet tot nadenken en raadt iedereen aan om de film te bekijken tijdens het Nederlands Film Festival, op de NPO of op 10 december in het Ketelhuis in Amsterdam.

In het Ketelhuis zal, behalve de vertoning van de film, ook een debat met betrokkenen plaatsvinden. Hiervoor worden verschillende organisaties (gemeenten, NOC*NSF, bonden etc.) uitgenodigd. Leontien van Moorsel, die zich als ambassadeur aan de film heeft verbonden, zal deelnemen aan het debat.

Turn! als onderdeel van impactproject

Het debat in het Ketelhuis is voor de KNGU een kick-off van een groter project. De KNGU grijpt de film aan als middel om de dialoog aan te gaan met clubs, ouders en trainers over de rol van ouders wanneer hun kind terecht komt in een prestatiegerichte omgeving. Dit past naadloos binnen de uitrol van de pedagogische visie.

Voor Pardijs is de dialoog met clubs, ouders en trainers een extra bijkomstigheid. Toen ze begon met het maken van de film was dat immers niet het belangrijkste doel. “Pas toen ik met de film bezig was, kwam dat idee. Ik hoop vooral dat ouders zich herkennen in de film. Je ziet concrete scenes waar je naar kunt wijzen en waar ouders samen over kunnen praten.”

Met dat gesprek doelt Pardijs op de communicatie tussen ouders, trainers/coaches en vooral ook de kinderen. “Het is belangrijk dat we weten wat we van elkaar mogen verwachten: van ouders tot kinderen en van trainers tot coaches. Mag je een coach bijvoorbeeld aanspreken op hoe hij de zaken aanpakt? En wat mag de coach verwachten van een sporter of ouder? Daar moeten we het over hebben. Het zou geweldig zijn als we door middel van de film hierover openlijker kunnen praten,” besluit Pardijs.

Lees hier meer over de KNGU en de pedagogische visie.