Lisa Deen

Na een lange periode van afwezigheid keerde Lieke vorige week weer terug op het internationale podium. Het vertrouwen is terug en de blik is op de toekomst gericht. Bij het NK in Rotterdam wil ze ‘knallen’ en het liefst is ze er later dit jaar bij de WK in Stuttgart ook weer bij. 

Hoe voelde het om weer terug te keren op de wedstrijdvloer?
“Het was vooral heel cool om er weer te staan. De hele dag was ik wel gespannen. Niet omdat ik twijfelde aan mijn kunnen, maar omdat het best weer onwennig was om weer op de wedstrijdvloer te staan. Uiteindelijk kan ik alleen maar heel tevreden zijn met het verloop van de wedstrijd. Het was een goede eerste stap.”

Wanneer hoorde je eigenlijk dat je in Gent mee mocht doen?
“Een week van te voren heb ik tijdens de training een testwedstrijdje gedaan. Daar was Gerben (de bondscoach, red.) ook bij. Dat meetmoment ging goed en daarom werd er besloten dat ik mee zou doen in Gent. Voor mij was het een goede ervaringswedstrijd op weg naar het NK, want dan wil ik echt knallen.”

Kijk je ook al verder vooruit?
“In eerste instantie werkte ik met kleine doelen. Het was voor mij belangrijk om eerst het plezier en de passie weer terug te vinden. Daarna ben ik stappen gaan zetten en vooruit gaan kijken. Dit jaar is er een missie voor ons allemaal en dat is het behalen van een teamticket voor Tokyo. Het liefst maak ik deel uit van de ploeg die dat ticket binnensleept. Als ik zo doorga, denk ik dat ik van goede waarde kan zijn voor het team. Ik heb daar ook vertrouwen in.”

Sta je nu ook anders op de wedstrijdvloer?
“Ik ben altijd een genieter geweest, ben een die-hard liefhebber van deze sport. Maar dat gevoel is wel weggeweest. Ik was namelijk helemaal op van het vechten. Die burn-out was een hel voor me. Ik kon wel steun vinden bij de mensen om me heen, maar voelde me ook heel erg alleen. Ik moest echt leren om naar mezelf te luisteren en de juiste dingen doen om eruit te komen.” Gelukkig heb ik mezelf nu weer hervonden.

Wat was daarin het moeilijkste?
“Het erkennen van mijn burn-out. Ik wist niet dat ik in de problemen zat, hoeveel signalen ik ook kreeg. Mentaal ben ik altijd heel sterk geweest, maar misschien wel te sterk. Ik heb mezelf helemaal uitgeput en ging over grenzen waar ik niet overheen hoorde te gaan. Ik had geen idee dat ik met dat doorpakken mezelf alleen maar meer afbrandde.

Het begon in het jaar van de Olympische Spelen. In de voorbereiding kwam ik nooit tot de fitheid die ik nodig had, dat gaf mentaal veel druk. Voor mij was er maar één optie: dat het goed zou komen. En dat kwam het ook. Net op tijd was ik goed genoeg om een mooie Spelen te turnen. In het jaar na de Spelen draaide ik nog een WK. Ik deed alleen balk, voor de andere toestellen was ik niet meer fit genoeg. Ik hoopte dat ik daarna de meerkamp weer op kon pakken. Maar eigenlijk ging ik alleen maar meer achteruit. Ik zat er echt doorheen.

De eerste fase, na het erkennen van mijn burn-out, was daarom ook heel gek. Ik moest leren om niets te doen.”

Hoe ben je daar mee omgegaan?
“Lang voelde het heel passief: al die tijd stond ik dertig uur per week in de hal en ineens moest ik leren terug te schakelen. Dat was moeilijk, want ik stond altijd aan. Wilde door, door, door. Ik was in eerste instantie heel onrustig, maar ik moest echt rust pakken. Er was geen andere manier om dit op te lossen. Dat was uiteindelijk ook een soort training.”

Wanneer wist je dat je er weer klaar voor was?
“Toen ik weer langzaam begon met opbouwen en uiteindelijk koos om voor zes weken naar Tenerife te gaan, heb ik echt geleerd om te luisteren naar mijn gevoel en mijn lichaam. Ik moest weer leren sturen en keuzes maken, en genieten van elk klein stapje. Dat lukte.

Inmiddels durf ik mezelf weer te leiden naar het doel wat ik heb gesteld. Ik sta weer met vertrouwen op de vloer: het stuur doet het weer. Dat moet uiteindelijk leiden naar Stuttgart.”

GZ2A0379