Springplank naar een nieuwe topsportcarrière

Tussen turnen en schoonspringen blijken opvallende parallellen te bestaan: fysiek, maar ook mentaal. De overeenkomsten zijn zelfs zo groot dat een voormalig turntalent de absolute top wist te bereiken. Volgens Nancy Roza van de KNZB kunnen beide sporten veel baat hebben bij de verdere uitwisseling van kennis en talent. 

Niets leek een glansrijke turncarrière in de weg staan voor Celine van Duijn. Al op haar derde begon ze met kleutergym en als junior vervolgde ze haar pad bij haar club in Amersfoort die we nu kennen onder de naam Gym XL. Na een uitstapje bij Turnlust Huizen keerde ze terug naar Amersfoort, waar ze doorging waarmee ze bezig was: heel goed turnen. Wat opviel: haar drive, haar wil om even goed te zijn als de grote meiden. Angst kende ze niet. Er volgde een uitnodiging om haar talent te tonen in Heerenveen. Ze dacht zelf lange tijd dat ze het er daar niet goed vanaf had gebracht, maar jaren later bleek het tegendeel; haar ouders vertelden dat ze wel degelijk op de Friese turnacademie terecht kon. Maar ze vonden hun dochter nog te jong voor zo’n grote stap. Niet dat het veel uitmaakte: Van Duijn werd in 2007 evengoed Nederlands kampioen bij de junioren. 

Daarna keerde het tij; haar coach Marcel Wevers, de oom van de turnzusjes Sanne en Lieke, vertrok naar Opmeer en Van Duijn bleef in Amersfoort achter. Achteraf bleek dat het begin van het eind. Van Duijn kreeg last van allerlei blessures aan haar onderrug, enkels en pols, onder meer veroorzaakt door overbelasting. “Mijn lichaam was gewoon op.”

In plaats van een zwart gat diende zich voor Van Duijn een nieuwe uitdaging aan. “Een vriendin op de vereniging vroeg of ik een keer meeging schoonspringen. Dat was in het sportfondsenbad in Amersfoort. Ik moest veel nieuwe technieken leren om deze sport onder de knie te krijgen, maar dat vond ik juist heel leuk. Ik wilde kijken hoe goed ik kon worden. Het bleek dat je in deze sport heel snel vooruitgang kunt boeken. In het begin kon ik nog geen simpele hurkduik maken, één jaar later maakte ik tweeëneenhalve salto omlaag. Die snelle progressie, dat was een geweldig gevoel. Dat is te danken aan de overeenkomst tussen schoonspringen en turnen: de motoriek, de lichaamscontrole, de lenigheid de kracht, het gevoel dat hoort bij salto’s en schroeven; dat heb je allemaal al in huis.” 


inge jansen en celine van duijn
Scheve gezichten 

Het uitzonderlijke talent werd gezien door Chantal Fransen, voormalig clubcoach bij PSV. Zij adviseerde Van Duijn naar Eindhoven te komen. De Amersfoortse had net haar havo-diploma op zak en besloot het er een jaar op te wagen. Al na een paar maanden nodigde toenmalig bondscoach Balazs Ligart haar uit om met de nationale selectie mee te trainen.

Net als in de turnsport beginnen schoonspringers doorgaans op (zeer) jonge leeftijd. Zij-instromers als Van Duijn zijn in Nederland tot op heden behoorlijk zeldzaam. Bovendien was zij al 18 toen ze ermee begon, ze sloeg de juniorencategorie in zijn geheel over. Dat leidde niet alleen tot bewondering, maar ook tot scheve gezichten. “Schoonspringen is natuurlijk een heel klein wereldje, iedere nieuwkomer wordt heel snel opgemerkt.

Toen ik wedstrijden begon te winnen, zag je mensen denken: wie is dat? Natuurlijk waren er ook jaloerse blikken. Ik snap dat wel. Ik probeer me er niks van aan te trekken, ik weet dat ik hard genoeg werk. Ik probeer uit het negatieve juist mijn kracht te halen, door nog meer te laten zien.”

Hoe groot het talent van Van Duijn is, bleek in 2018, toen ze in Glasgow verrassend goud pakte op de Europese kampioenschappen met haar sprong van de 10-metertoren. Afgelopen augustus pakte ze in Kiev zilver en plaatste ze zich voor de Olympische Spelen in Tokio. Je zou haast denken dat voor elk turntalent eremetaal blinkt in het schoonspringen, maar zo simpel is het niet. Er komt meer bij kijken, een topsportmentaliteit, de ultieme drive om de beste te zijn. Zelf zegt van Duijn het zo: “Naast mijn technische vaardigheden komen mijn doorzettingsvermogen en bereidheid om hard te werken mij in het schoonspringen heel goed van pas. En dat is nodig ook. Springen van 10 meter hoogte is zowel mentaal als fysiek heel pittig. Je moet altijd 110 procent gefocust zijn. Als je een foutje maakt, kan dat behoorlijke consequenties hebben. En het is fysiek zwaar; je

gaat met zo’n 60 kilometer per uur naar beneden en je landt op je polsen en je schouders. Als je dat dagelijks doet, kun je je voorstellen dat dat impact heeft.”

Jurysporten 

Dat een goede turnster of turner niet automatisch een uitmuntende schoonspringer is beaamt Nancy Roza, maar de overeenkomsten tussen beide sporten zijn volgens haar evident. “Turnen geeft een bepaalde basis die voor dit soort acrobatische sporten heel geschikt is. Dat zit ‘m vooral in de lichaamsspanning en -beheersing. En bij turners zie je ook vaak een bepaalde power in de benen. Vandaar dat meer turnsters na een blessure, waardoor ze niet meer goed op een vloer kunnen landen, gaan schoonspringen. Wat je uit het turnen niet moet meenemen, is een holle rug. Dat is bij schoonspringen niet handig. Bij het ‘induiken’, heb je echt core stability nodig, de lichaamsspanning die ervoor zorgt dat je zo recht mogelijk in het water komt. Dat is het moeilijkste voor turners, zij zijn gewend op hun voeten te landen: feet first. Schoonspringers landen op hun handen, head first. Als turners dat snel leren, kan het heel snel gaan in het schoonspringen.”

Maar zoals van Duijn zelf al aangaf, bepalen niet alleen de fysieke kwaliteiten of iemand succesvol kan zijn op het allerhoogste niveau. Roza: “Er is meer voor nodig om uiteindelijk op de Olympische Spelen terecht te komen of een EK-medaille te halen. Je moet er veel voor laten en veel voor doen. Wel is het zo dat schoonspringen net als turnen een mentale sport is. Op het moment suprême moet je het doen. Eén klein foutje, en je bent weg. Het zijn beide jurysporten, dus veel factoren spelen een rol bij het behalen van succes.

Celine van Duijn geldt als het ultieme voorbeeld van turntalent dat een succesvolle overstap maakte. En wellicht volgen er meer. Roza: “We hebben nu Oona Abbema, een 14-jarig schoonspringtalent, op onze radar. Zij is ook afkomstig uit het turnen. Wij hebben vorig jaar in juni een saltotoppers-dag georganiseerd om nieuw talent te scouten. Daar hebben we vooral turners en trampolinespringers voor uitgenodigd, via social media. Daar kwam Oona binnenwandelen. Zij was eigenlijk een beetje klaar met turnen, zij wilde dit wel een keer proberen. Zij was na die ene dag heel enthousiast geworden. En wij ook over haar. Want zij heeft de kenmerken die we ook bij Celine hebben gezien; een sterke meid en ook heel gedreven. We hebben haar na die saltotoppers-dag gekoppeld aan de schoonspringvereniging Aquarijn in Nieuwegein. En daar heeft ze, onder leiding van de clubcoaches Angelique en Sabine de Vroome, het afgelopen jaar een gigantische ontwikkeling doorgemaakt.”

Versterken  

“CTO Zuid heeft ons initiatief opgepakt en organiseert nu een vervolg op de saltotoppers- dag. Dat wordt een heel traject, waar we in oktober mee starten. We roepen kinderen in de leeftijd van 7 tot 10 jaar op om acrobatische sporten te komen beoefenen: we bieden kennismakingsclinics aan in trampolinespringen, kunstschaatsen, bmx-fietsen, schoonspringen en turnen. Vanuit een multisport-gedachte kijken we dus wat voor talent we kunnen oppikken. Behalve de kennismakingsclinics organiseren we ook een testdag. Dat gebeurt onder leiding van het InnoSportLab Den Bosch. We testen kinderen die dag op bepaalde vaardigheden die je nodig hebt voor de acrobatische sporten. Als een kind een goede aanleg blijkt te hebben voor bijvoorbeeld kunstschaatsen of schoonspringen, bieden de bonden ze een passend vervolgtraject aan.”

“Ik denk dat we als verschillende sportdisciplines veel winst kunnen behalen door kennisdeling. Wij weten veel van lenigheid, schroeftechnieken, lichaamsspanning, hoe je goede salto’s maakt. Denk ook aan innovatieve ontwikkelingen; in de zwemsport zijn we heel ver met videoanalyses. Die analyses worden ook toegepast in het InnoSportLab in de turnhal in Den Bosch. Op dat vlak kunnen we veel van elkaar leren en elkaar versterken.”

“Met het talententraject en de testdag in de acrobatische sporten gaat het er niet om dat wij zoveel mogelijk schoonspringers erbij willen krijgen. We willen dat de kinderen vooral doen waar ze plezier in hebben. Omdat ze dan ook kunnen doorgroeien en het langer volhouden. Ik denk dat het heel erg past in onze Nederlandse maatschappij en sportcultuur.”

Tokio 2020 

Van Duijn concentreert zich intussen op de Spelen van 2020 in Tokio. “Mijn doel is om daar zo goed mogelijk te presteren. Daarna kijk ik of ik me nog fit genoeg voel om een jaar door te gaan. Misschien kom ik nog wel terug in het turnen, wie weet. Voorlopig blijf ik actief in het schoonspringen. We kunnen nieuwe aanwas heel goed gebruiken, talent is schaars in deze sport. Wat ik in ieder geval aan turners en turnsters wil meegeven: als je door een blessure niet meer kan turnen, staat dat een nieuwe carrière in het schoonspringen niet in de weg.” 

Dit artikel is afkomstig uit The Connection. The Connection is een magazine van de KNGU voor clubbestuurders. Meer informatie over het afsluiten van een abonnement.